Kruidencider maken
Warme, kruidige appelcider met kaneel, steranijs en kruidnagel — de kruiden trekken mee na de hoofdgisting. Koud te drinken of zacht verwarmd als herfst- en wintercider.
Voorbereidingstijd 35 minuten min
Fermentatietijd 14 dagen d
Totale tijd 14 dagen d 35 minuten min
Gistingsvat of weckpot (min. 5 l) met waterslot
Hevelslang (voor het overhevelen)
Fijne zeef of neteldoek (om de kruiden eruit te zeven)
Drukvaste beugelflessen (voor bruisende versie)
Hydrometer (optioneel, om het einde van de gisting te controleren)
- 4.5 l appelsap zonder conserveermiddel
- 3 g gedroogde wijngist wild gisten kan alleen met vers geperst, ongepasteuriseerd sap
- 2 kaneelstokjes
- 3 steranijs
- 4 kruidnagels
- 1 onbespoten sinaasappel alleen de oranje schil zonder het witte deel, in reepjes — optioneel
- suiker voor de bottelgisting max. 6–7 g per liter, alleen bij de bruisende versie
Maak gistingsvat, waterslot, hevelslang en zeef schoon en ontsmet ze. Giet het appelsap in het vat met 2–3 cm kopruimte, strooi de gist erover en sluit af met een waterslot. Bewaar donker bij 18–22 °C.
Laat 10 dagen anaëroob gisten tot het borrelen nagenoeg stopt. Voeg de kruiden nog niet toe — eerst de basiscider laten uitgisten.
Overgiet de kaneel, steranijs, kruidnagel en eventueel de sinaasappelschil kort met kokend water en laat uitlekken. Voeg ze toe aan de cider en sluit het vat meteen weer af. Laat 4–7 dagen meetrekken. Proef vanaf dag 3 om de twee dagen met een ontsmette lepel of hevel en houd het vat zo kort mogelijk open — de kruiden mogen de appel aanvullen, niet overheersen.
Controleer of de gisting klaar is: het SG blijft twee tot drie dagen gelijk. Zeef de kruiden eruit en hevel de cider over in een schoon vat, weg van het bezinksel.
Stille versie: bottel direct. Bruisende versie: los max. 6–7 g suiker per liter op, vul drukvaste beugelflessen tot 3 cm onder de rand en sluit.
Laat de bruisende flessen 3–7 dagen op kamertemperatuur nagisten, zet daarna koel. ~5–6 % alcohol. Koud te schenken, of uitgeschonken in een pan héél zacht verwarmd (niet koken) als warme kruidencider.
De kruiden gaan er pas ná de hoofdgisting in, zodat de gist eerst rustig zijn werk doet. Houd max. 6–7 g suiker per liter aan, gebruik enkel drukvaste flessen en bottel pas als de gisting volledig is afgelopen: restsuiker telt op bij de bottelsuiker en geeft gevaarlijke flesdruk.
Voor warme kruidencider gebruik je bij voorkeur de stille versie. Verwarm nooit een gesloten fles: schenk de cider eerst uit in een pan. Blijf onder ~70 °C, want daarboven verdampt de alcohol snel en vervliegen de aroma's.
Bewaar de flessen koel en donker; bruisende flessen in de koelkast.
De voedingswaarde is een schatting per glas van 250 ml.
Trefwoord Cider, Kruidencider, Roots Brew